Door Sanne, Didactisch Adviseur bij Jungle the Bungle
In gesprekken met scholen en leerkrachten horen we regelmatig vragen over hoe Jungle the Bungle praktisch een plek kan krijgen in de schooldag. Zet je de app op de weektaak? Plan je een vast oefenmoment? Of laat je leerlingen juist op verschillende momenten oefenen? In deze blog delen we praktische ideeën die je direct in de klas kunt toepassen.
Met Jungle the Bungle kunnen leerlingen zelfstandig oefenen met nieuwe woorden in onder andere het Nederlands, Engels, Frans en Spaans. Maar hoe geef je dat oefenen een plek binnen de dagelijkse onderwijspraktijk?
Het korte antwoord: er is niet één juiste manier.
Wat goed werkt, hangt af van je leerlingen, de manier waarop je je onderwijs organiseert, het aantal beschikbare devices en de ruimte in het rooster. Jungle the Bungle hoeft daarbij geen losstaand onderdeel te worden waarvoor je het hele programma omgooit. Juist door aan te sluiten bij routines die al bestaan, kun je het oefenen op een laagdrempelige manier een plek geven in de klas.
Hieronder vind je vijf praktische mogelijkheden.
1. Zet Jungle the Bungle op de weektaak
Werkt jouw klas met een weektaak? Dan kun je Jungle the Bungle daar eenvoudig een plek in geven. Zo sluit het oefenen aan bij een werkwijze die leerlingen al kennen en hoef je er niet iedere keer een apart klassikaal moment voor te plannen.
Zet bijvoorbeeld op de weektaak: Jungle the Bungle – 10 tot 15 minuten oefenen
Afhankelijk van hoe jullie met de weektaak werken, kunnen leerlingen zelf plannen wanneer ze dit doen. Niet iedere leerling heeft daarbij dezelfde mate van vrijheid nodig. Sommige leerlingen kunnen prima zelf een geschikt moment kiezen, terwijl andere leerlingen baat hebben bij meer structuur, bijvoorbeeld een afgesproken dag, tijdstip of opdracht.
Je kunt ook inhoudelijk richting geven. In Jungle the Bungle kun je per leerling een thema instellen. Zo kan de ene leerling bijvoorbeeld oefenen met woorden die aansluiten bij een thema in de klas, terwijl een andere leerling met een ander thema aan de slag gaat.
Via het dashboard kun je vervolgens bekijken hoe een leerling met Jungle the Bungle heeft gewerkt. Je ziet onder andere de voortgang, speeltijd, gespeelde minigames en het aantal unieke woorden dat een leerling is tegengekomen.
Tip: begin bij leerlingen die nog niet gewend zijn om zelfstandig te plannen met een duidelijke afspraak. Gaat dat goed? Dan kun je geleidelijk meer ruimte geven om zelf een oefenmoment te kiezen.
2. Gebruik Jungle the Bungle als keuzeactiviteit
Niet ieder oefenmoment hoeft vooraf ingepland te zijn. Jungle the Bungle kan ook worden ingezet als keuzeactiviteit. Is een leerling klaar met een taak? Is er een vrij werkmoment? Of werken jullie met een keuzebord? Dan kan Jungle the Bungle één van de activiteiten zijn waaruit leerlingen kunnen kiezen.
Neem de app bijvoorbeeld op in een keuzebord naast activiteiten zoals lezen of tekenen. Zo ontstaat er ruimte om ook op andere momenten zelfstandig met taal bezig te zijn.
Keuzevrijheid betekent daarbij niet dat alles vrij hoeft te zijn. Je kunt als leerkracht nog steeds kaders meegeven. Een leerling kan bijvoorbeeld zelf kiezen wanneer hij of zij Jungle the Bungle gebruikt, terwijl jij bepaalt welke taal of welk thema wordt geoefend.
Dat kan ook per leerling verschillen. Een leerling die goed zelfstandig keuzes kan maken, kun je meer ruimte geven. Een leerling die meer houvast nodig heeft, kun je bijvoorbeeld vooraf meegeven met welke taal of welk thema hij of zij oefent.
Tip: kijk af en toe welke leerlingen uit zichzelf voor Jungle the Bungle kiezen en welke niet. Een keuzeactiviteit is een mooie extra mogelijkheid, maar hoeft een gepland oefenmoment niet te vervangen wanneer je wilt dat een leerling regelmatig oefent.
3. Plan een vast Jungle the Bungle-moment
Voor sommige groepen of leerlingen werkt juist een vast oefenmoment prettig. Spreek bijvoorbeeld af dat de hele klas of een klein groepje iedere dinsdag- en donderdagochtend met Jungle the Bungle werkt, of kies een ander moment dat past binnen jullie dagritme.
Een vaste routine geeft duidelijkheid: leerlingen weten wanneer het tijd is om te oefenen en wat er van hen wordt verwacht. Dat kan vooral prettig zijn voor leerlingen die nog ondersteuning nodig hebben bij het zelfstandig plannen.
Een vast moment geeft jou als leerkracht bovendien de mogelijkheid om bewust mee te kijken. Loop rond, luister naar wat leerlingen oefenen en kijk waar ze tegenaan lopen. Je kunt daarnaast het dashboard gebruiken om na het oefenen terug te kijken naar bijvoorbeeld speeltijd, voortgang en gespeelde minigames.
Je kunt het moment ook kort gezamenlijk afsluiten. Vraag bijvoorbeeld: ‘Welke woorden heb je vandaag geoefend?’ Laat een paar leerlingen een woord noemen of nodig ze uit om er iets over te vertellen.
Zo wordt een vast Jungle the Bungle-moment niet alleen een herkenbare routine, maar ontstaat er ook een natuurlijk moment om aandacht te geven aan de taal die leerlingen hebben geoefend.
Tip: een vast moment hoeft niet voor iedere leerling precies hetzelfde te betekenen. Binnen hetzelfde oefenmoment kunnen leerlingen met verschillende talen, thema’s en niveaus aan de slag.
Meer ideeën om na het spelen kort met de geoefende woorden aan de slag te gaan? Lees onze blog ‘Van woorden oefenen naar samen praten: zo haal je meer uit Jungle the Bungle’.
4. Maak een talenhoek in de klas
Werk je met hoeken of ateliers? Dan kun je Jungle the Bungle een plek geven in een talenhoek. En die hoek hoeft niet alleen uit een tablet of laptop te bestaan.
Maak de woorden en thema’s waarmee leerlingen oefenen ook zichtbaar in de klas. Gebruik bijvoorbeeld afbeeldingen, woordkaartjes, tekeningen of echte voorwerpen die passen bij het thema. Zo worden woorden niet alleen in de app aangeboden, maar komen leerlingen ze ook op een andere manier tegen.
Werken leerlingen bijvoorbeeld met het thema eten en drinken? Leg dan een aantal voorwerpen of afbeeldingen van eten en drinken in de hoek. Bij thema’s als dieren, kleding of natuur kun je hetzelfde doen.
Laat leerlingen vervolgens ook iets met de woorden doen. Na het oefenen met Jungle the Bungle kunnen ze bijvoorbeeld:
- een voorwerp aanwijzen en benoemen;
- een woord tekenen of uitbeelden;
- woorden die bij elkaar horen bij elkaar leggen;
- een geoefend woord in een korte zin gebruiken.
Pas de activiteit aan het niveau van de leerling aan. Voor de ene leerling kan aanwijzen en benoemen al een mooie stap zijn, terwijl een andere leerling kan uitleggen, omschrijven of een zin met het woord kan maken.
Zo wordt de talenhoek niet alleen een plek om met Jungle the Bungle te oefenen, maar ook een plek waar leerlingen woorden zien, herkennen en zelf gebruiken.
5. Neem Jungle the Bungle op in een circuit
Werk je in de klas met een circuit? Dan kun je Jungle the Bungle daar als één van de activiteiten in opnemen.
Verdeel de klas bijvoorbeeld over verschillende activiteiten. Eén groepje oefent met Jungle the Bungle, een ander groepje leest of doet een taalactiviteit en een ander groepje werkt met de leerkracht. Na een afgesproken tijd wisselen de leerlingen door.
Deze vorm is bijvoorbeeld handig wanneer er niet voor iedere leerling tegelijkertijd een tablet, laptop of Chromebook beschikbaar is. Doordat leerlingen in kleinere groepjes rouleren, kun je met een beperkt aantal devices toch meerdere leerlingen laten oefenen.
Een circuit maakt het bovendien makkelijk om het oefenen in de app te combineren met andere activiteiten. Laat leerlingen bijvoorbeeld met woorden uit hetzelfde thema praten, lezen, tekenen of een taalspel doen.
Tip: laat de verschillende onderdelen waar mogelijk bij hetzelfde thema aansluiten. Oefent een groepje in Jungle the Bungle bijvoorbeeld met eten en drinken? Dan kan een andere activiteit in het circuit ook rond woorden uit dat thema draaien. Zo komen woorden op verschillende momenten en manieren terug.
Hoe lang laat je leerlingen met Jungle the Bungle werken?
Liever regelmatig en kort dan af en toe één lang oefenmoment. Als praktische richtlijn adviseren we om leerlingen meerdere keren per week ongeveer 10 tot 15 minuten met Jungle the Bungle te laten oefenen. Dit sluit ook aan bij het advies in de huidige leerkrachtenhandleiding.
Zie die 10 tot 15 minuten vooral als richtlijn. Hoe lang een passend oefenmoment duurt, hangt onder andere af van de leeftijd, aandacht en behoeften van de leerling en van wat binnen jullie schooldag werkt.
Kijk daarom vooral naar je eigen groep. Merk je dat de aandacht afneemt? Dan kan dat een goed moment zijn om af te ronden. Is een leerling geconcentreerd bezig en past iets langer oefenen binnen het programma? Dan hoeft een oefenmoment natuurlijk niet precies na vijftien minuten te stoppen.
Het exacte aantal minuten is daarbij minder belangrijk dan het vinden van een oefenritme dat past bij jouw groep. Meerdere korte oefenmomenten verspreid over de week bieden leerlingen de mogelijkheid om op verschillende momenten met de taal bezig te zijn.
En thuis verder?
Taal oefenen hoeft niet te stoppen wanneer de schooldag voorbij is. Leerlingen kunnen Jungle the Bungle ook thuis gebruiken. Hiervoor loggen zij thuis in met hun gebruikersnaam en wachtwoord.
Je kunt de inloggegevens mee naar huis geven en ouders kort informeren over het gebruik van de app: wat is Jungle the Bungle, hoe logt hun kind in en hoe kan de app thuis worden gebruikt? Thuis oefenen hoeft daarbij geen verplicht huiswerk te zijn. Je kunt het ook aanbieden als extra oefenmogelijkheid voor leerlingen die thuis verder willen met de taal.
Kies wat bij jouw klas past
Er is niet één juiste manier om Jungle the Bungle in te zetten. Misschien past een vast oefenmoment goed bij jouw groep, terwijl een andere klas meer heeft aan een weektaak, keuzeactiviteit, talenhoek of circuit. Je hoeft ook niet alles tegelijk te proberen. Begin met één vorm die aansluit bij hoe je nu al werkt en kijk wat werkt voor jouw leerlingen. Vanuit daar kun je altijd verder uitbreiden of verschillende ideeën met elkaar combineren.
Kies wat past bij jouw klas en maak Jungle the Bungle stap voor stap onderdeel van jullie eigen routine.

